in Books

De Ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq

Urk is hot. Ten minste, zo lijkt het wanneer je de nationale media volgt. Urk haalde de afgelopen jaren immers meermaals de voorpagina van nationale kranten. Daarnaast is er een SBS serie over Urk die inmiddels zijn derde seizoen in gaat, en een paar jaar daarvoor was er De Urker Vissers op NPO en eerder dit jaar verscheen er een boek waar de geschiedenis van Urk ook al een groot deel van de pagina’s opeiste. Geen enkel ander dorp met 20.000 inwoners kan dit trackrecord claimen. En nu is er dus wéér een nieuw boek?

Echter in tegenstelling tot bovengenoemde uitingen, die veelal wat aan de oppervlakte blijven, eenzijdig of zelfs platvloers zijn, poogt de Belgische schrijver Matthias M.R. Declercq veel dieper en verder te gaan dan iedereen die hem voor ging. Hij wil Urk en de Urker écht leren begrijpen. Aan de hand van de centrale vraag ‘Wat is Urk?’

En niet omdat Urk hot is. Maar omdat Urk tien jaar geleden als een ‘kleefkruid’ aan hem bleef hangen na een onthutsende ervaring. Dit liet een knagend gevoel achter dat — nadat Declercq het zat was om over wielrenners en muzikanten te schrijven — na 10 jaar culmineerde in een volledige onderdompeling op Urk, om de ‘binnenkant’ te leren kennen. Gewapend met notitieboekje, vouwfiets en ‘onderbroekskes’ in een poging om in een half jaar grijpend naar een ‘paling in een emmer snot’ proberen het ongrijpbare, grijpbaar te maken.

We volgen Declercq die vrijwel letterlijk op reis is, van het oude dorpsgedeelte naar de nieuwbouwwijken van Urk. En tijdens die reis wordt de lezer meegenomen in het ontstaan van Urk naar het Urk van vandaag. Deze structuur is een voltreffer als het gaat om het ontwaren van Urk en een fantastisch vehicle om het verhaal aan op te hangen. De lezer volgt een schrijver die begint met kijken naar de achterkant van een schilderij en eerst met meer vragen dan antwoorden zit, om uiteindelijk via verhalen en gesprekken voorzichtig naar een completer beeld te komen.

Maar lukt het de Declercq clichés te overstijgen?

De Ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq (2020) – 326 pagina’s

Mitspieler

Wat direct opvalt is het talent van Declercq. Natuurlijk is dit geen verassing voor de lezers van zijn debuut. Je proeft zijn oog voor detail zonder de grote lijnen te verliezen (van heden én verleden), het observatievermogen en — vooral — de treffende vergelijkingen. Dit laatste wordt direct op de eerste pagina’s al duidelijk, wanneer hij de aanleg van de Afsluitdijk en het ontstaan van het IJsselmeer omschrijft als een kind die van zijn moeder gescheiden wordt. Of de vuurtoren die als een dominee vanaf de kansel het dorp toespreekt. Of de jongeren die in een ronde kooi rondjes rijden door het dorp. Het zet de toon voor een heerlijke leeservaring en schept beelden die soms meer doen dan 1000 woorden.

Maar daar beperkt het talent van Declercq zich niet alleen toe. Hij kan zelfs de meest stoere lezer tot tranen bewegen wanneer hij de recente ramp met UK165 omschrijft (‘ping, ping, ping’…). En dat is niet een trucje omdat dit verhaal een emotionele tranentrekkende spanningsboog nodig zou hebben, maar het is het talent van Declercq als observator die het gepasseerde zo haarfijn weet te duiden en plaatsen en daarmee het verdriet bijna tastbaar maakt.

Maar het boek blijft daar niet in hangen, want Declercq weet daarna ook weer uit te zoomen van dit persoonlijke leed en drama. Om het gepasseerde in het grotere idee te passen dat ‘er niets is wat een identiteit zo schraagt als de dood’, waarmee hij de persoonlijke verhalen feilloos weet te verbinden aan de grote lijnen.

De dood is overigens overal in dit boek. Maar dat maakt het niet direct een zwaar boek. Want er zijn ook genoeg momenten om te bulderen van het lachen. Bijvoorbeeld wanneer Declercq ervaart dat hij zeker weet dat hij gevolgd wordt door een drone. Of — de allermooiste scene — wanneer hij iemand bezoekt met een opgezette vogel.

Declercq kiest in het hele verhaal de rol van onpartijdige observator; ‘Mitspieler’. Hij beschouwd alles met een ontembare nieuwsgierigheid, stelt het oordeel uit, zoekt contact, vraagt door en analyseert.

Urker Paspoort

Gewapend met zijn nieuwsgierigheid probeert Declercq de Urker te duiden. Allereerst door constructie van wat hij het Urker Paspoort noemt. Dit is een opsomming van uiterlijke kenmerken, gedragingen, familiebanden en kerkverbanden. Niet zelf bedacht, want feitelijk is dit ook hét duidingsmiddel voor de Urkers onderling, en daarmee direct dus ook het mechaniek om de buitenstaander te duiden. Want check je bepaalde vakjes op het paspoort niet, dan ben je automatisch een buitenstaander.

Maar treffender is denk ik wat de Declercq zijn vele geïnterviewde bronnen laat zeggen over de Urker. Zo wordt er gesteld door deze bronnen dat de ‘Urker kracht haalt uit het verleden’ maar ook dat de Urker ‘een groot gebrek aan zelfkritiek en zelftwijfel heeft’. En Urk is juist zichzelf gebleven omdat ‘we nog altijd niet geliefd zijn’. Het zijn deze kraakheldere kernachtige observaties waarmee Declercq zijn bronnen het echte verhaal over Urk laat vertellen.

Dat wil niet zeggen dat Declercq zelf niet aan het woord komt. Integendeel, het sterkst zijn juist de momenten wanneer Declercq het verhaal dicht bij zichzelf houdt, en zichzelf niet wegcijfert. Het verhaal ontstijgt daarmee juist oppervlakkigheden door het beschrijven van zijn persoonlijke worsteling en soms zelfs weerzin. Het beschrijven van verschillen die ‘onoverbrugbaar’ lijken of wanneer hij zichzelf betrapt op ‘hoogmoed’. Welke schrijver durft dit? Het contrast geeft het verhaal een extra dimensie.

Ook de open vragen als ‘is de wereld van een gelovige wel te begrijpen als ongelovige’ dragen hier aan bij. Hij is onderweg, op reis, aan het ontdekken. En de lezer met hem.

Een ander talent is dat het Declercq is gelukt om een ontzettend diverse en brede groep mensen te spreken. Van zakenmagnaten die ik nog nooit een kik heb horen geven tot iemand die de spin was in het web van een omvangrijke visfraudezaak en ‘nooit iets tegen rechters’ heeft gezegd. Hij laat ze allemaal spreken. Dit bewijst dat juist Declercq — die Belg — er voor nodig was om dit boek te schrijven. Want je kan 1000 schrijvers een half jaar op Urk laten wonen, wanneer je niet kan doordringen tot bovengenoemde mensen, heb je geen verhaal en krijg dus je niet dit boek.

Zijn bronnen delen allemaal hun kijk op het fenomeen Urk. De keuzes die Declercq maakt in wie hij aan het woord laat, doet misschien vermoeden dat hij het met hun eens is, echter de lezer mag ook vooral zijn eigen beeld vormen. Ook als Urker heb ik nieuwe dingen geleerd van sommige bronnen. Zo kwam meneer Hak denk ik heel dichtbij de waarheid met zijn these over Urk en de rol die de kerk als vliegwiel speelt. Net als de theorie van meneer Korf, en zijn daaraan gekoppelde waarschuwing voor ‘the othering‘ zijn waardevolle toevoegingen om de Urker beter te leren begrijpen.

Maar ik raad u aan dit natuurlijk allemaal zelf te lezen!

www

Op ongeveer twee derde van het boek schudt Declercq de historische achtergronden en duiding even van zich af en gaan we meer naar het Urk van vandaag kijken en met name de rol van het internet. Ook hier beschrijft hij iets wat de Urker zelf wellicht wel aanvoelt maar nog niet echt voelt. Namelijk de rol van het internet en de kracht waarmee die schudt aan de grondvesten van Urk.

Of het een waarschuwing moet zijn voor de Urker of dat het de verlossing biedt — een interpretatie die een seculier iemand waarschijnlijk zal kiezen — laat Declercq enigszins in het midden. Maar, the times they are a changin’. Zoveel is duidelijk!

Declercq laat op de juiste momenten wel zijn eigen analyse zien, zij het soms schoorvoetend, in vragende vorm, desalniettemin landen ze als de one-two punches van een volleerd boxer. Bijvoorbeeld wanneer Declercq zich afvraagt of dit project zou slagen als hij Marokkaan was geweest? Of de vraag of ‘dit dorp zonder het te beseffen een monster heeft gecreëerd’. Voordat de lezer in staat is te reageren op deze laatste vraag, pakt Declercq door met — voor mij — het meest beklemmende onderdeel van het boek (naast meerdere incest- of ontuchtzaken die ook niet onbenoemd blijven): de uitwassen van de jeugd in een volstrekt ongecontroleerde no-go zone op het bedrijventerrein waar alles kan en mag en waar Urk zijn ogen voor sluit.

Mijn schellen vielen van de ogen.

Over schellen gesproken, een mooie passage in het boek is wanneer de schellen van Declercq’s ogen vallen als hij de immense globale volledige geïndustrialiseerde vishub ontwaart die Urkers met woekeren van hun talenten — ‘zoals Mattheus omschreef’– hebben gebouwd. Het is iets waar je zomaar over heen kan kijken als je slechts voor een bliksembezoek op Urk zou zijn. Maar het hoort allemaal bij het verhaal van Urk én bij de ontdekkingsreis die deze schrijver maakt.

Luctor et emergo

Ik kan geen onderwerp bedenken dat niet voorbij komt en wat volgens mij zou thuishoren in een boek dat een poging wil doen om de vraag ‘Wat is Urk?’ te beantwoorden. De geschiedenis en de donkere kanten en de zakelijke successen en alles er tussen in. Het komt allemaal aan bod. Natuurlijk hebben de uitwassen een grotere plek in het boek, enerzijds omdat dat een interessanter boek maakt, maar anderzijds omdat juist die verhalen vaak onbekend zijn. Want wat weet een buitenstaander bijvoorbeeld van kerkscheuringen? Maar dit hoort er wel bij wanneer je Urk wil begrijpen.

En in tegenstelling wat je daarmee zou verwachten blijft Declercq weg van de clichés (vissers die in coke handelen etc.). Natuurlijk als je dit wil lezen, dan staat het er in. Maar dat is niet de boodschap.

Uiteindelijk laat Declercq vooral de Urker praten en weeft hij hun verhalen als een meesterwever tot een groot samenhangend en compleet verhaal. En dat is ongekend knap. Maar hij laat de lezer ook achter met vragen om zelf te beantwoorden; is Urk nu een zandkasteel of burcht? Hoe ziet Urk er over 30 jaar uit? De lezer mag het zeggen.

Het behoeft denk ik geen disclaimer dat ik natuurlijk bevooroordeeld dit boek heb gelezen. Niet alleen omdat ik Urker ben, maar omdat ik een heel klein beetje van het ontstaansproces van dit boek mee mocht maken (en op pagina 317 staat zelfs iets dat op mijn naam lijkt) maar toch kan ik niet anders zeggen dan dat Declercq een unieke prestatie heeft afgeleverd met ‘De ontdekking van Urk’. Nooit eerder wist een buitenstaander zoveel grip te krijgen op de duiding van Urk en de Urkers. Het is hem gelukt de paling bij de kop te pakken.

Als Urker heeft het boek mij een spiegel weten voor te houden en dat geldt hopelijk voor meerdere Urkers, want dat kan alleen maar winst zijn wanneer je daar open voor staat.

Het is natuurlijk een boek over Urk, en bijna van, voor en door Urkers. Echter daar blijft het niet bij; een verhaal over een uniek dorpje voor het eerst volledig en goed geduid door een Belg. Natuurlijk, dit gaat over Urk. Maar als je goed leest gaat dit boek ook over veel meer, het gaat over identiteit, religie, verandering, familie, waarden, onafhankelijkheid en cultuur. Maar ook over een schrijver die op ontdekkingsreis is en worstelt met wat hij aantreft. Voor wie tussen de regels door kan en wil lezen, is het is een rijk boek met meerdere lagen. Lezen dus!

Geef een reactie

Reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  1. Jan ik ben erg onder de indruk van deze heldere recensie. Ik heb het boek inmiddels gelezen en kan me helemaal vinden in wat je schrijft.

  2. Ik moet het boek nog integraal lezen. De schrijver kwam integer bij mij over in de keren dat ik hem ontmoette. Benieuwd hoe het boek binnenkomt bij de breedte van Urk en of het iets uitwerkt.

    • Daar ben ik ook benieuwd naar Klaas. Ik denk ook dat hij zijn boek op een zo integer mogelijke manier heeft proberen te schrijven, maar ik denk ook dat er Urkers zullen zijn die bepaalde onderdelen moeilijk te verkroppen zullen vinden.

  3. Ik heb het boek in korte tijd gelezen en werd er helemaal ingezogen. Super fascinerend. En ik kan me helemaal vinden in de recensie. Erg knap geschreven, in de eerste plaats het boek natuurlijk, maar ook de recensie.

  4. Het boek is ook voor een niet Urker een opdracht. En een spiegel. Een wet van een remmende voorsprong? Hoe je via een kleine gemeenschap de mechanismen in de grotere zichtbaar maakt? Een boek om over na te denken.